Iedere dag vind je de weg. Als je naar de supermarkt fietst om een boodschap te doen, als je in die supermarkt zoekt naar de tandpasta en ook als je via de vertrouwde route naar de kassa loopt.

Zelfs als je die avond naar de badkamer gaat om je tanden te poetsen. Je navigeert door jouw omgeving. Onbewust begrijp je de ruimte om je heen en weet je welke kant je op moet.

De weg kwijt

Toch is dat voor veel mensen is dat niet vanzelfsprekend. De weg kwijt raken is een veel voorkomend kenmerk van dementie. Ook mensen met niet-aangeboren hersenletsel kunnen last krijgen van een slechter navigatievermogen. Bijvoorbeeld na een heftige hersenschudding of een hersenbloeding.

Nog geen behandeling

Nu is er nog geen behandeling voor mensen die problemen hebben met navigeren. Onderzoekers van Universiteit Leiden willen daar verandering in brengen. In 2017 zijn ze een grootschalig onderzoek gestart om te onderzoeken hoe gezonde mensen navigeren. Als we dat beter begrijpen, kunnen we ook beter begrijpen wat er mis gaat in de hersenen van mensen met niet-aangeboren hersenletsel en mensen met dementie.

Groots onderzoek: heel Nederland doet mee

In 2017 werd heel Nederland werd opgeroepen om deel te nemen aan het online onderzoek. In een jaar tijd maakten ruim 13.000 mensen de test. Vanuit Hersenonderzoek.nl deden bijna 2.000 mensen mee.

De test duurt ongeveer 10 minuten en meet 5 onderdelen die belangrijk zijn voor navigeren. Hij heet ‘Navigeren kun je leren’. Je krijgt namelijk op basis van jouw resultaten een navigatieprofiel, met tips om (nog) beter de weg te vinden.

Je kunt de online test nog steeds maken via deze link.
Kies de standaardversie of de versie voor niet-aangeboren hersenletsel.

De eerste resultaten

Dr. Ineke van der Ham doet al jaren onderzoek naar navigatie aan de Universiteit van Leiden. De data voor dit onderzoek stroomt nog binnen. Momenteel analyseert ze samen met haar team de eerste resultaten. Hieronder lees je haar bevindingen.

Dr. Ineke van der Ham
Dr. Ineke van der Ham – Foto: Taco van der Eb

“Wat dit onderzoek zo bijzonder maakt

Navigeren kun je leren is bijzonder om verschillende redenen:

  1. Er hebben nog nooit zo veel mensen hebben deelgenomen aan een onderzoek naar navigatie. Daardoor kunnen we analyses doen die bij eerdere, kleinere onderzoeken niet mogelijk waren. Door zo’n grote groep te onderzoeken, hebben we een aantal hardnekkige mythes onderuit gehaald.
  2. Eerdere onderzoeken werden vaak uitgevoerd met groepen van jonge mensen en 60-plussers. Over de groep daartussen is eigenlijk heel weinig bekend. Hetzelfde geldt voor het navigatievermogen van kinderen: ook daar weten we nog vrij weinig over. Dit onderzoek brengt die informatie nu in kaart.
  3. De jonge mensen uit eerdere onderzoeken bestonden veelal hoogopgeleide studenten; dat kan een effect hebben op de uitkomsten van zo’n onderzoek. Het mooie aan dit onderzoek is dat alle leeftijdsgroepen vertegenwoordigd zijn en dat er diversiteit is in opleidingsniveau.
  4. Dit onderzoek heeft niet alleen gemeten hoe goed mensen zijn in navigeren, maar ook hoe goed ze zichzelf vinden navigeren. Die relatie is nog nooit eerder onderzocht.
  5. Dit onderzoek heeft vijf aspecten van navigatie gemeten, waarvan bekend is dat ze bepalen hoe goed je kunt navigeren. Eerdere onderzoeken brachten vaak maar een deel van die aspecten in kaart.

De belangrijkste uitkomsten

  1. Leeftijd is het meest bepalend voor het navigatievermogen: hoe ouder mensen worden, hoe slechter ze navigeren.
  2. Verslechtering van het navigatievermogen begint al op jongere leeftijd we tot nu toe dachten.
  3. Geslacht is niet bepalend voor het navigatievermogen. Mannen en vrouwen doen het even goed. Zowel mannen als vrouwen worden slechter in navigeren, naarmate ze ouder worden. Bij vrouwen is de verslechtering erger dan bij mannen.
  4. Mannen overschatten zichzelf systematisch. Hoe ouder ze worden, hoe erger dat wordt.
  5. Vrouwen onderschatten zichzelf. Die onderschatting wordt minder als ze ouder worden. Zo rond de 70 jaar starten vrouwen ook met zichzelf te overschatten.
  6. Kinderen schatten zichzelf beter in dan volwassenen. Zowel meisjes als jongens. Het onderschatten van meisjes en overschatten van jongens begint pas in de pubertijd. Het lijkt erop dat hier sprake is van maatschappelijke stereotypering.
  7. Mensen hebben het idee dat geslacht bepalend is voor het navigatievermogen en schatten bovendien het leeftijdseffect verkeerd in.

Hoe zit dat precies?

  1. Leeftijd is het meest bepalend voor het navigatievermogen: hoe ouder, hoe slechter.

Hoewel de invloed van leeftijd op het navigatievermogen vaker is onderzocht, zijn deze resultaten nieuw: ze zijn nog niet eerder uit onderzoeken naar voren gekomen. In eerder onderzoek zijn vaak studenten en (hele) oude mensen vergeleken, zonder na te gaan of andere factoren ook een rol spelen. Denk daarbij aan factoren als opleidingsniveau, geslacht en de omgeving waar je woont (in een stedelijk gebied of op het platteland).

Doordat wij informatie hebben over een hele grote groep mensen, kunnen we wel controleren hoe groot de rol is van die factoren. Daaruit blijkt dat leeftijd de allergrootste rol speelt bij het navigatie vermogen: hoe ouder mensen worden, hoe slechter ze navigeren. Leeftijd heeft dus veel meer invloed dan geslacht, opleidingsniveau of woonomgeving.

3 domeinen van navigatie

Die vijf testen, ook wel deeltaken genoemd, zijn te verdelen in 3 domeinen die belangrijk zijn voor je navigatievermogen:

  1. Kennis over herkenningspunten
  2. Egocentrische kennis: hoe goed je de omgeving kunt inschatten vanuit je eigen positie
  3. Allocentrische kennis: hoe goed je jouw omgeving kunt zien als een plattegrond in je hoofd

Mensen worden slechter in alle drie deze domeinen, naarmate ze ouder worden. Kennis over herkenningspunten neemt gestaag af met leeftijd. Het is zelfs zo dat kinderen beter scoren dan jongeren en volwassenen. De 10-jarigen haalden de hoogste scores bij deze taak. Misschien komt dat omdat de andere twee domeinen nog niet volledig ontwikkeld zijn bij kinderen.

Egocentrische kennis groeit in eerste instantie: tussen de 8 en de 20 jaar wordt je er beter in en vervolgens begint deze kennis langzaam af te nemen. Vanaf een jaar of 60 neemt de egocentrische kennis nog sneller af.

Ook allocentrische kennis groeit bij kinderen flink tussen hun 8e en 15e. 50-ers beleven een opleving: zij zijn het beste in de taak waarbij je moet aangeven wat de afstanden zijn tussen bepaalde punten in de omgeving. Misschien is dat te verklaren door hun opgebouwde kennis; bijvoorbeeld door ervaringen met kaartlezen. Toch is ook hier zien dat deze kennis sterk afneemt op latere leeftijd.

  1. Verslechtering van het navigatievermogen begint op jongere leeftijd dan we tot nu toe dachten.

Eerder onderzoek vergeleek vaker jongere en oudere mensen met elkaar. Voor het eerst heeft een grote groep mensen, van allerlei verschillende leeftijden mee gedaan aan een navigatieonderzoek. Daardoor kunnen we nu voor het eerst aantonen dat de afname eerder begint dan we vroeger dachten. Wij laten met ons onderzoek zien dat de afname gestaag is en al begint na de jongvolwassenheid. De afname wordt bovendien erger naarmate mensen ouder worden. We zien bij zowel mannen als vrouwen een sterkere afname als ze boven de 60 zijn.

 

  1. Geslacht is niet bepalend voor het navigatievermogen.

De verschillen die we bij leeftijd zo duidelijk zien, zijn nauwelijks zichtbaar als het gaat om geslacht. We zien dat mannen nèt wat beter zijn in herkenningspunten en egocentrische kennis.

Voor allocentrische kennis is er geen verschil. Dat is verrassend, omdat uit eerdere onderzoeken vaak bleek dat vrouwen beter zouden zijn in egocentrische kennis en mannen in allocentrische kennis.

De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn heel beperkt en lang niet zo sterk als je op basis van eerdere onderzoeken zou verwachten. De verschillen die we vinden, worden voornamelijk veroorzaakt doordat vrouwen op latere leeftijd sterker achteruit gaan dan mannen.

Het bijzondere aan dit onderzoek is dat we ook hebben gevraagd hoe goed mensen zichzelf vinden navigeren én hoe goed ze denken dat anderen navigeren. Daarin vinden we wel duidelijke verschillen. Zie punt 7, hieronder.

  1. Mannen overschatten zichzelf systematisch. Hoe ouder ze worden, hoe erger dat wordt.

Als mannen gevraagd wordt hoe zij hun eigen navigatievermogen inschatten en hoe goed ze zichzelf vinden in het benoemen van afstanden, schatten ze dat hoger in dan ze in werkelijkheid scoren.

Bij jonge mannen is dit verschil relatief klein. Hoe ouder mannen worden, hoe meer ze zichzelf overschatten. Mogelijk vinden mensen het lastig om hun cognitieve achteruit gang in te schatten. Misschien blijven ze hangen op het vermogen van hun jongere leeftijd en nemen ze aan dat het niet achteruit gaat.

  1. Vrouwen onderschatten zichzelf. Die onderschatting wordt minder als ze ouder worden. Zo rond de 70 jaar starten vrouwen ook met zichzelf te overschatten.

Daar waar mannen zichzelf systematisch overschatten, onderschatten vrouwen zichzelf vaak een lange periode. Bij jonge vrouwen zien we de meeste onderschatting. Die overschatting neemt met de tijd af, omdat hun werkelijke navigatievermogen slechter wordt naarmate ze ouder worden. Hun inschatting komt dus steeds beter overeen met hun werkelijke navigatievermogen. Rond de 70 jaar starten vrouwen ook met het overschatten van zichzelf.

Leeftijd heeft dus invloed op het inschattingsvermogen. Hoe ouder we worden, hoe meer we onszelf gaan overschatten op navigatiegebied. We zien dat mannen zichzelf over het algemeen mannen overschatten en vrouwen zichzelf een lange tijd onderschatten. De grafiek hieronder geeft dat goed weer. Alles boven de 0-lijn is onderschatting, alles eronder is overschatting.

  1. Kinderen schatten zichzelf beter in dan volwassenen. Zowel meisjes als jongens. De latere verschillen duiden op maatschappelijke stereotypering.

Kinderen schatten hun eigen navigatievermogen beter in dan volwassenen. In eerste instantie doen zowel meisjes als jongens dat even goed. Vanaf 13-jarige leeftijd zien we de eerste verschillen tussen deze groepen. Die worden sterker vanaf 16+. Meisjes beginnen zichzelf te onderschatten en jongens beginnen zichzelf te overschatten.

Dat betekent dat er waarschijnlijk cultureel bepaalde stereotypen aan het werk zijn die ons zelfbeeld positief of negatief beïnvloeden. De verschillen in zelfinschatting die vanaf de late puberteit te zien zijn, worden waarschijnlijk veroorzaakt door de maatschappij.

  1. Mensen hebben het idee dat geslacht bepalend is voor het navigatievermogen en schatten het leeftijdseffect verkeerd in.

Een kleinere groep van 120 mensen hebben aanvullende tests gemaakt en vragen beantwoord. Dat was een groep van 60 mannen en 60 vrouwen tussen de 18 en 75 jaar.

Toen hen werd gevraagd wie beter zou navigeren, mannen of vrouwen, antwoordde 47% dat er geen verschil is tussen die groepen en 45% dat mannen beter zijn in navigeren. Het overige deel dacht dat vrouwen beter zijn in navigeren.

Als de vraag werd gesteld wie beter is in navigeren, jonge of oudere mensen, gaven vrouwen vaker aan dat jonge mensen er beter in zijn. Mannen antwoordden dat oudere mensen er beter in zijn. Jonge mensen denken vaker dat ouderen het beter kunnen. Daarbij wordt bijvoorbeeld genoemd dat ouderen meer gewend zijn om met plattegronden te werken om zelf de weg te vinden.

De gros van de mensen denkt dus dat het geslacht de grootste invloed heeft op het navigatievermogen en ziet leeftijd niet als een grote factor. Uit onze data blijkt dat het juist andersom is. We letten dus meer op geslacht dan op leeftijd, terwijl dat niet terecht is.”