Wat doet eenzaamheid met je hersenen?

Vrouw eet haar maaltijd in hara eentje

Leren van het omgekeerde: eenzaamheid

Om beter te begrijpen wat het effect is van sociale contacten op je hersenen, kun je ook kijken naar het omgekeerde: veel alleen zijn en eenzaamheid.

We weten uit eerder onderzoek dat mensen die zich eenzaam voelen meer kans hebben om hersenziekten als dementie te ontwikkelen. Er zijn daarnaast steeds meer aanwijzingen dat eenzaamheid samenhangt met het volume en de structuur van de hersenen. We weten echter nog niet goed of ze de oorzaak vormen of juist de gevolgen zijn. De kip of het ei?

Krimpende hersenen

Uit recent onderzoek van het Erasmus MC blijkt dat de hersenen van mensen die zich minder sociaal gesteund voelen, op latere leeftijd iets sneller krimpen dan de hersenen van mensen die meer sociale steun ervaren.

Ook blijken de hersenvolumes van getrouwde mensen groter dan die van mensen die nooit getrouwd zijn. Bovendien hebben de eenzame mensen in dit onderzoek minder witte stof in het brein. De witte stof is nodig voor snelle communicatie tussen hersengebieden.

De Rotterdamse onderzoekers zijn geïnteresseerd in de krimp omdat overmatige hersenkrimp een van de kenmerken is van de ziekte van Alzheimer. Hoe ouder je wordt, hoe meer je hersenen krimpen. Maar bij mensen met Alzheimer neemt het aantal hersencellen in zulke grote aantallen af dat het brein niet meer goed kan functioneren.

Ook hier geldt: hoewel de samenhang tussen eenzaamheid en snellere krimp is aangetoond, is nog niet zeker of eenzaamheid ook daadwerkelijk een van de oorzaken is van de ziekte.

Kleinere hersenkernen

Ook structureel lijken de hersenen van mensen die eenzaamheid ervaren anders dan de hersenen van mensen die daar minder of geen last van hebben.

Met behulp van MRI-scans vonden Berlijnse onderzoekers dat het volume aan grijze stof in een aantal hersenkernen kleiner is bij ouderen die zich regelmatig eenzaam voelen. De grijze stof verwerkt de informatie die de hersencellen ontvangen. Het gaat om drie hersenkernen die betrokken zijn bij nadenken (cognitieve functies) en het reguleren van emoties.

Kip of ei?

Veroorzaakt de eenzaamheid de veranderingen in de hersenen? Of zijn mensen met deze kleinere kernen simpelweg minder geneigd om sociaal contact aan te gaan? We weten het nog niet goed. Daar is meer onderzoek voor nodig.

Sociale cohesie helpt misschien om cognitieve reserves op te bouwen

Hoewel we nog niet precies snappen wat de oorzaak in de hersenen is, zien we wel duidelijke aanwijzingen voor een positief effect van sociale cohesie op de hersengezondheid.

Onderzoekers vermoeden dat sociale interactie helpt om cognitieve reserves op te bouwen: de kunst om te compenseren en strategieën toe te passen wanneer je hersenschade hebt. Ook voor de ziekte van Alzheimer.

Zo laat een onderzoek uit 2006 zien dat mensen met grotere sociale netwerken op latere leeftijd een hoger niveau van cognitief functioneren hebben. Zelfs wanneer er al sprake is van alzheimer.

Meerdere, groots opgezette onderzoeken laten de samenhang zien tussen sociale interactie en de kans op dementie.

Zo interviewden Zweedse wetenschappers duizend ouderen zonder cognitieve beperkingen over hun sociale netwerken. Drie jaar later bleken 176 van hen de diagnose dementie te hebben gekregen. Het opvallende hierbij is dat diegenen die alleen woonden, geen relatie hadden en weinig sociale banden onderhielden, 60% kans hadden om in die dementiegroep te vallen.

Een nog groter Brits onderzoek volgde 28 jaar lang meer dan 10.000 deelnemers. Vanaf hun (gemiddeld) 45e deed deze grote groep mee aan cognitieve testen en vragenlijsten over hun sociale interactie.

Wat blijkt? Mensen die rond hun 60e relatief meer contact hadden met vrienden, bleken minder kans te hebben op dementie. Ook uit dit onderzoek blijkt dat mensen die op middelbare leeftijd al veel contacten hadden, op latere leeftijd cognitief hoger scoorden.

Twee dames in gesprek

Meedoen aan onderzoek naar sociale interactie

In de FINGER-NL studie werken onderzoekers uit heel Nederland samen om na te gaan hoe leefstijlfactoren zoals sociale interactie, slaap en voeding helpen tegen cognitieve achteruitgang.

Ze zijn nog op zoek naar deelnemers! Ze zoeken mensen tussen de 60 en 79 jaar die minimaal drie risicofactoren hebben voor cognitieve achteruitgang. Denk daarbij aan een hoge bloeddruk, familieleden met dementie, weinig beweging, een ongezond eetpatroon, diabetes et cetera.

Ik meld me aan

Doe mee aan onderzoek naar hersengezondheid

Het formulier wordt verzonden. Het verwerken deze inschrijving kan tot een minuut duren. We vragen hiervoor uw geduld.

We respecteren uw privacy. De informatie die u met ons deelt, wordt vertrouwelijk behandeld zoals beschreven in ons privacy statement.