Met een klein stroompje via elektroden op het hoofd kunnen de hersenen worden gestimuleerd. Deze techniek wordt al gebruikt bij de behandeling van bijvoorbeeld depressie en verslaving. Onderzoekers van Amsterdam UMC onderzoeken of hersenstimulatie in de toekomst ook kan helpen bij de ziekte van Alzheimer.
Om dat te ontdekken, startten ze het Memento-onderzoek. Het doel was om eerst te kijken wat hersenstimulatie doet bij gezonde mensen. Dankzij de succesvolle werving via Hersenonderzoek.nl konden binnen vier maanden voldoende deelnemers worden gevonden.
Hoe ging het onderzoek in zijn werk?
Twintig gezonde deelnemers kregen vier soorten hersenstimulatie. Drie minuten lang werd er een stroompje geleid via een elektrode op het achterhoofd en de rechterschouder. In de video ziet u hoe dit in zijn werk ging.
Er werden drie vormen van stimulatie getest: twee soorten wisselstroom, gelijkstroom en een placebo-stimulatie (een nep-stimulatie). Ondertussen werd met hersenscans de activiteit van de hersencellen gemeten. Die activiteit verschijnt op een scherm als hersengolven met verschillende snelheden.
Wat zijn de eerste resultaten?
Bij de ziekte van Alzheimer zien we vaak dat hersengolven trager worden en dat trage golven sterker gaan samenwerken tussen hersengebieden.
Na de “echte” vormen van hersenstimulatie zagen de onderzoekers juist een verlaging van deze trage hersengolven. Bij wisselstroom gebeurde dat vooral vlakbij de elektrode, bij gelijkstroom gebeurde dit ook in andere en verder gelegen hersengebieden. Ook de samenwerking van de trage hersengolven tussen de verschillende hersengebieden werd minder.
Op de afbeelding hieronder ziet u dit verschil: bij gelijkstroom zijn de effecten niet alleen lokaal, maar verspreiden ze zich naar meerdere gebieden achter in de hersenen.

Ook zagen de onderzoekers dat het effect verschilde per soort stimulatie. Tijdens gelijkstroom leek er juist minder samenwerking te zijn, terwijl tijdens wisselstroom juist meer samenwerking werd gemeten.
Wat betekent dit?

De onderzoekers gaan nog verder bestuderen wat deze resultaten precies betekenen. Ze gaan kijken welke veranderingen tijdens de hersenstimulatie het meest samenhangen met veranderingen na de stimulatie. Zo kunnen ze in de toekomst beter bepalen hoe hersenstimulatie kan helpen bij geheugenproblemen en Alzheimer.
Later zullen de onderzoekers nog meer van hun resultaten delen.