Ruim 13.000 mensen stapten rond op een nieuw ontdekte planeet. Ze maakten een tocht door een bos van rode bomen. Op weg naar hun ruimteschip troffen ze scheepswrakken, schildpadden en zeecontainers. Deze ruimtereizigers deden mee aan de online test van het onderzoek 'Navigeren kun je leren'.

Dr. Ineke van der Ham deelt de resultaten van haar onderzoek 'Navigeren kun je leren'
Dr. Ineke van de Ham, universitair hoofddocent psychologie aan de Universiteit Leiden, hoofdonderzoeker van ‘Navigeren kun je leren’

Kun jij nauwelijks de deur uit zonder te verdwalen? Of ben je automatisch de gids tijdens een city trip? Klopt het dat mannen beter kunnen kaartlezen? En als je ouder wordt, verlies je dan het overzicht?

Dr. Ineke van der Ham, universitair hoofddocent neuropsychologie bij Universiteit Leiden, zocht uit hoe mensen navigeren. En het mooie is: je kunt het leren!

Ineke, waarom is het belangrijk dat wij deze planeet bezochten?

Man is de weg kwijt “Veel mensen hebben problemen met navigeren door niet-aangeboren hersenletsel. Bijvoorbeeld mensen die een beroerte of hersenbloeding hebben gehad. En bedenk ook: verdwalen is vaak een van de eerste tekenen van beginnende dementie.

Mensen die hier last van hebben raken op den duur de weg kwijt. Boodschappen doen of even bij iemand op bezoek gaan, is dan niet meer vanzelfsprekend. Ze worden afhankelijk van hulp van anderen.

Er bestond nog geen behandeling voor dit probleem. Daar wilden mijn team en ik graag verandering in brengen. En we zijn goed op weg! We hebben op basis van ‘Navigeren kun je leren’ en een aantal vervolgonderzoeken een eerste behandeling ontwikkeld. Die behandeling zijn we nu aan het testen. De eerste resultaten zijn erg positief.

Vroiw wijst de wegOm daar te komen was het belangrijk om eerst te weten hoe mensen überhaupt de weg vinden. Zowel gezonde mensen, als mensen met niet-aangeboren hersenletsel. En vooral hoe het kan dat de ene persoon continu verdwaalt en de ander een wandelend kompas lijkt te zijn. Dat hebben we in kaart gebracht met de online test ‘Navigeren kun je leren’.”

Wat was je focus bij ‘Navigeren kun je leren’?

Verkeersborden

“Bij ‘Navigeren kun je leren’ keken we naar verschillen tussen mensen, op een hele grote schaal: wat doen factoren als leeftijd en geslacht met de prestatie van mensen op onze navigatieopdrachten? En wie kan er een goede inschatting van zijn eigen navigatievermogen maken?

We hebben deze test ook afgenomen bij verschillende type patiënten met neurologische klachten. Uiteindelijk willen we behandelingen ontwikkelen voor mensen met verdwaalklachten.”

Hoe meet je op grote schaal hoe mensen de weg vinden?

Man doet mee aan online test op laptop

“We deden dat met een online test van ongeveer 10 minuten. Doordat ruim 13.000 mensen deelnamen, van 8 tot 100 jaar, en met allerlei achtergronden, hebben we een verrassend gedetailleerd beeld kunnen krijgen over de verschillen tussen mensen. Dat is echt uniek binnen mijn onderzoeksveld.”

Wat heb je gevonden?

“We hebben een aantal nuances kunnen aanbrengen in de resultaten die we eerder met jullie deelden, in december 2018. Één bevinding hebben we echt moeten bijstellen, omdat we met meer data een ander antwoord hebben gevonden. Hierbij som ik ze nog een keer op, met de nuances erbij:

  • Leeftijd is het meest bepalend voor het navigatievermogen: hoe ouder mensen worden, hoe slechter ze navigeren

Deze bevinding klopt nog steeds. Het was de meest duidelijke bevinding van ons onderzoek: hoe oud je bent voorspelt dus het best hoe goed je navigeert. Niet je geslacht, niet de omgeving waar je woont of bent opgegroeid, niet je opleidingsniveau… Je leeftijd!

Dit geldt voor elk onderdeel waar we mensen op getest hebben, behalve voor de opdracht waar we mensen vragen om hun ‘mentale plattegrond’ te raadplegen. We vragen daarbij welke twee van de drie locaties het dichtst bij elkaar liggen. Opvallend genoeg zien we bij deze taak in het bijzonder dat vijftigers en zestigers hier het beste presteren!

Een waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat mensen van deze leeftijd nog veel meer ervaring hebben opgedaan met het gebruik van papieren plattegronden, om bijvoorbeeld een autorit voor te bereiden, in plaats van tijdens het rijden een GPS systeem te raadplegen.

  • Verslechtering van het navigatievermogen begint al op jongere leeftijd dan we tot nu toe dachten.

Ja, je wordt al veel eerder slechter in navigeren dan we tot nu toe dachten. Dit blijft ook zichtbaar nu we alle data hebben geanalyseerd, maar het is sterk afhankelijk van wat je mensen precies vraagt. Het onthouden van herkenningspunten neemt weliswaar vanaf jonge volwassenheid af, maar is in de oudste deelnemers nog steeds op relatief hoog niveau.

  • Geslacht is niet bepalend voor het navigatievermogen. Mannen en vrouwen doen het even goed.

Klopt! Waar we eerder nog hier en daar een klein voordeel voor mannen leken te zien, konden we uiteindelijk geen systematisch of betekenisvol patroon ontdekken naarmate we meer data analyseerden. De geslachten zijn dus even sterk in navigeren.

  • Zowel mannen als vrouwen worden slechter in navigeren naarmate ze ouder worden. Bij vrouwen is de verslechtering erger dan bij mannen.

Dit klopt niet meer. Hoe meer data we verzamelden, hoe meer bleek dat dat veroudering bij mannen en vrouwen op dezelfde manier verslechtert.

We zagen in de uiteindelijke dataset dus geen verschil in de achteruitgang tussen de geslacht.

Mannen en vrouwen worden in dezelfde mate slechter in navigeren, naarmate ze ouder worden.

  • Mannen overschatten zichzelf systematisch.

Man schriktKlopt. En hoe ouder ze worden, hoe erger dat wordt.

Hoe meer data we kregen, hoe duidelijker dat patroon van overschatting werd. Het omgekeerde geldt voor vrouwen.

  • Vrouwen onderschatten zichzelf.

Twijfelende vrouwOok dit patroon werd alleen maar duidelijker naarmate we meer data binnenkregen. Jonge vrouwen onderschatten zichzelf het meest. Het bijzondere hier is dat die onderschatting minder wordt als vrouwen ouder worden.

Hoe ouder vrouwen worden, hoe meer hun inschatting klopt met de werkelijkheid. Zo rond de 70 jaar starten vrouwen ook met zichzelf te overschatten.

  • Kinderen schatten zichzelf beter in dan volwassenen.

KinderenDit klopt nog steeds. Het geldt voor zowel meisjes als jongens. Het bijzondere hier, is dat het onderschatten van meisjes en overschatten van jongens pas in de pubertijd begint. Het lijkt er dus op dat er sprake is van maatschappelijke stereotypering.

We zien dat de eerste meisjes zichzelf onderschatten op 13 jarige leeftijd. Vanaf 16 jaar en ouder zien we een duidelijk patroon van onderschatting bij meisjes.

Overschatting bij jongens begint vanaf hun 18e. En de mate waarin ze zichzelf overschatten wordt dus alleen maar groter, naarmate ze volwassen en ouder worden.

  • Mensen hebben het idee dat geslacht bepalend is voor het navigatievermogen en schatten bovendien het leeftijdseffect verkeerd in.

Klopt ook nog steeds. We zijn nu bezig met vervolgonderzoek, omdat de inschattingen zo interessant bleken bij ‘Navigeren kun je leren’. We hebben aan bijna duizend Nederlanders gevraagd hoe zij denken over de effecten van geslacht en leeftijd op ruimtelijk vermogen, en hoe zij zichzelf inschatten in vergelijking met mensen van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd.” (Lees hieronder meer over de vervolgonderzoeken naar stereotypen, red.)

Welk nieuws is er voor patiënten?

“Er hebben veel mensen deelgenomen met neurologische klachten aan ‘Navigeren kun je leren’. Zo hebben we bijvoorbeeld bij een groep MS patiënten gevonden dat ziekte-ernst effect heeft op hoe sterk navigatieproblemen voorkomen. Dus hoe meer klachten zij ervaren naar aanleiding van hun diagnose MS, hoe meer moeite ze ook krijgen met navigeren.

Bovendien zien we bij de groep patiënten met beperkte mobiliteit – bijvoorbeeld mensen dir gebruik maken van een stok of rolstoel – een lagere navigatieprestatie laten zien. Als je minder kunt bewegen dan voorheen, kun je op den duur dus ook minder goed de weg vinden.

Het bevestigt de noodzaak en het belang van een goede behandeling voor mensen met deze problematiek. Een van mijn belangrijkste doelen is dan ook om een gedegen therapie te ontwikkelen voor patiënten met verdwaalproblemen.”

En hoever zijn jullie nu met de behandeling?

“We zijn nu in de afrondende fase van een serie onderzoeken naar het effect van een navigatietraining. Één van die onderzoeken was Wayfinder.

Vrouw werkt op laptopDaarbij hebben 37 patiënten een aantal weken lang thuis ‘serious games’ gespeeld. Ze kregen verschillende navigatiespelletjes op hun eigen computer waarmee ze konden oefenen met de weg vinden.

De eerste resultaten zijn veelbelovend. We weten dat mensen de training heel prettig vinden om te doen en dat ze merken dat hun navigatievermogen beter is geworden na de training.

Bovendien laat de nameting zien dat deze verbetering aanhoudt tot een paar weken nadat ze de training hebben afgerond. Dat is mooi nieuws!

We zijn in overleg met universitaire ziekenhuizen en revalidatiecentra over de volgende stappen. We hopen en denken dat zij de therapie in hun behandelprogramma willen opnemen. In de jaren daarna willen we deze behandeling verbeteren en uitbreiden. En hopelijk ontstaan er met deze kennis ook andere nieuwe behandelingen”

Je hebt ook vervolgonderzoek gedaan naar stereotypes. Wat kwam daar uit?

“Inderdaad! We waren zo verrast over de zelfinschatting van de vele deelnemers bij ‘Navigeren kun je leren’, dat we hebben besloten om verder onderzoek te doen naar stereotypes over ruimtelijk vermogen.

Schoenen van mannen en vrouwenWe vinden daarbij dat er vooral een duidelijk stereotype bestaat in het voordeel van mannen. Mensen – zowel vrouwen als mannen, oud en jong – denken dus dat mannen beter zijn in navigeren.

Als we een groep van bijna 1000 mensen vragen naar hun idee over ruimtelijk inzicht (net een iets ander concept dan navigeren), zien we dat mensen denken dat niet alleen mannen, maar ook jonge mensen een beter ruimtelijk inzicht hebben dan andere mensen.

We zien bovendien dat deze stereotypes sterker zijn bij mannen en bij jongere mensen. Mannen en jonge mensen hebben dus sterkere stereotypes in het hoofd.

Bijzonder genoeg hebben mensen géén stereotype over navigatie op basis van leeftijd. En dat terwijl dat juist de belangrijkste factor blijkt, die bepaalt hoe goed we navigeren!

Mensen wandelen in het bosAls we mensen vragen hoe goed ze zelf vinden dat ze kunnen navigeren, dan vinden alle groepen dat ze daar beter in zijn dan gemiddeld. Net als bij ‘Navigeren kun je leren’ zien we hier ook dat mannen en oudere mensen hoger scoren op die overschatting dan de rest. Deze groepen vinden over zichzelf dus dat ze het beter dan gemiddeld doen.

Gek genoeg zien we geen verband tussen deze zelfinschattingen en daadwerkelijke prestatie op navigatietaken. Zo goed zijn we dus niet in het inschatten van ons eigen vermogen!”

Wat kunnen we met die informatie over stereotypes?

“We werken nu aan – je raad het al – nog een vervolgonderzoek. Daarin kijken we of we door suggesties over de effecten van geslacht, de prestatie van mensen kunnen beïnvloeden.

Vrouw schrijft wiskundige formules op whiteboard

Dit is wel eens gedaan om te kijken of meisjes beter konden presteren in bijvoorbeeld wiskunde lessen. Misschien zou dit ook kunnen werken om het navigatievermogen van mensen te kunnen verbeteren.”

 

Hoe onderzoek je of mensen stereotyperen en wat zijn de resultaten?

“We hebben een onderzoek opgezet om te zien of we groepsprestatie kunnen manipuleren. Daarbij lieten wede deelnemers een fictieve grafiek zien met een korte toelichting.

Vrouw laat grafiek zien
Voorbeeld. Dit is niet de grafiek uit Inekes onderzoek.

De grafiek komt zogenaamd uit een wetenschappelijk artikel. In de grafiek zie je hoe goed mannen en vrouwen een taak uitvoeren, die de deelnemer daarna zelf ook gaat uitvoeren.

Een deel van de deelnemers, bestaande uit zowel mannen als vrouwen, laten we een grafiek zien waaruit blijkt dat mannen de taak duidelijk beter doen dan vrouwen. De andere groep – ook bestaande uit mannen en vrouwen – laten we een grafiek zien waaruit duidelijk blijkt dat vrouwen die taak veel beter doen. Vervolgens voert iedereen de taak uit.

Helemaal aan het einde van de deelname vragen we alle deelnemers wat ze van die grafieken vinden: 1. ben je het er mee eens?; 2. hoe voelde je je erbij?; en tot slot, 3. geloofde je deze informatie?

Vrouw denkt naWe zien dat iedereen de taak ongeveer even goed doet. Daarin hebben we dus geen verschillen in gevonden. In dit onderzoek lijkt het er dus op dat mensen zich niet door deze fictieve presentaties laten beïnvloeden. Wat betreft de vragen zien we wel verschillen!

Mannen waren bij de eerste en de derde vraag terughoudend. Ze waren het er minder mee eens, wanneer het in hun nadeel was en geloofden dan de grafiek minder.

Vrouwen daarentegen lieten zich meer beïnvloeden met betrekking tot hoe ze zich voelden bij deze informatie. We zien dus dat vrouwen en mannen die fictieve prestaties van groepen mannen en vrouwen te zien krijgen, zich er niet door laten beïnvloeden, maar dat mannen minder overtuigd zijn van zulke fictieve informatie, en vrouwen hier een emotionelere reactie op hebben.”

Lees meer over Inekes onderzoeken

In de media:

Volkskrant (voor abonnees):
Maakt Google Maps ons brein lui?
New Scientist:
Stedelingen kunnen minder goed de weg vinden
Knack:
Factcheck: Wie opgroeit in een landelijke buurt kan beter navigeren dan stedelingen

Bekijk hier de (Engelstalige) wetenschappelijke artikelen die Ineke en haar team tot nu toe publiceerden over ‘Navigeren kun je leren’:

Nature:
Large-scale assessment of human navigation ability across the lifespan
Aging & Mental Health:
Quality of self-reported cognition: effects of age and gender on spatial navigation self-reports

Je kunt er nog steeds deelnemen aan ‘Navigeren kun je leren’!

Benieuwd naar de online test van ‘Navigeren kun je leren’? Je kunt hem nog steeds maken, via deze link. Op basis van je deelname ontvang je een persoonlijk advies om (nog) beter te navigeren.

 

: